sproei-installatie

vrouwelijk (de)/ˈsprujɪnstɑˌla(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, tuinieren (landbouw) (tuinieren) toestel dat gewassen besprenkeld met kleine waterdruppels
    Bij een boer in de streek hebben ze een sproei-installatie kunnen lenen.
  2. sport (sport) toestel dat een speelveld besprenkeld met kleine waterdruppels
    In stadions zijn de netten opgeknoopt en houdt een sproei-installatie de grasmat sappig.

Etymologie

*, geschreven met een koppelteken volgens