sproei-installatie
vrouwelijk (de)/ˈsprujɪnstɑˌla(t)si/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) (tuinieren) toestel dat gewassen besprenkeld met kleine waterdruppelsBij een boer in de streek hebben ze een sproei-installatie kunnen lenen.
- (sport) toestel dat een speelveld besprenkeld met kleine waterdruppelsIn stadions zijn de netten opgeknoopt en houdt een sproei-installatie de grasmat sappig.
Etymologie
*, geschreven met een koppelteken volgens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek