sproet

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bruin vlekje op de huid dat veroorzaakt wordt door ultraviolet licht
    Zij had veel sproeten in haar gezicht.

Etymologie

* In de betekenis van ‘huidvlekje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsfreckle, sunspot
Franstache de rousseur
DuitsSommersprosse
Spaanspeca