spotlijsters
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een familie van zangvogels die in Noord-Amerika voorkomen. Het zijn vrij grote vogels die op een wat verlengde uitgave van de lijsterachtigen lijken. De familie telt 34 soorten. Hun verenkleed is wit, grijs of bruin, 2 soorten zijn blauw en 1 soort is zwart. Ze hebben een lange staart. De lichaamslengte varieert van 20 tot 33 cm
Etymologie
* "spotlijster" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek