spotgeest
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die de spot drijft met anderenHet woord ‘gilipollas’ (eikel, lul), gezongen tijdens een televisieoptreden midden jaren tachtig, doet het werk. Het regende klachten en de concertaanbiedingen stroomden vervolgens binnen. De toon is gezet: vrolijk tegendraads, vlerkerig. ‘Iconoclastische spotgeesten’, ‘de hippies zijn volwassen geworden’, schrijven de kranten. NRC Ernestina van de Noort 16 mei 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/05/16/elke-nacht-zijn-vlag-geplant-11538844-a611441 Elke nacht zijn vlag geplant]En met Stanley Burleson als een indrukwekkende Che, die hier niet alleen een sardonische spotgeest speelt, maar ook veel ondubbelzinniger dan voorheen laat zien hoe verachtelijk hij die hele Evita-poppenkast vindt. NRC Henk van Gelder 17 december 2007 [https://www.nrc.nl/nieuws/2007/12/17/een-ster-in-de-maak-alsof-ze-nooit-iets-anders-deed-11453880-a348104 Een ster in de maak, alsof ze nooit iets anders deed]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek