woorden
boek
Start
›
S
›
sportzaal
sportzaal
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈspɔrtsal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
sport
(sport) zaal die voor het beoefenen van sport wordt gebruikt
Verwante woorden
Sporaden
sporadisch
sporadische
sporadischer
sporangium
sporangiën
spore
sporen
sporenbundel
sporend
sporendiertje
sporendiertjes
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← sportzaak
sportzaaltje →