sporen
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsporə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (spoorwegen) met de trein reizenDe forensen sporen omdat er op de weg teveel files staan.
- in het grotere geheel passenDe nieuwe medewerkers sporen niet met de huidige bedrijfscultuur.
zelfstandig naamwoord
- metalen punt of getand wieltje aan de hiel van de (rij)laars
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek