sportschool
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) instelling waar men conditie- en krachttraining kan doenZweden koos aan het begin van de coronacrisis een aanpak die afweek van die in veel andere landen in Europa: scholen, sportscholen, horecazaken en winkels bleven open.
- (sport) (onderwijs) (in mindere mate) opleidingsinstituut voor sportinstructeurs -> sportacademie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek