sportschoen
mannelijk (de)/ˈspɔrtsxun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport), (schoeisel) een schoen die speciaal is gemaakt voor het dragen tijdens sportactiviteitenHet enige wat je nodig hebt zijn sportschoenen, een slaapzak, een regenponcho en een kleine rugzak.
Vertalingen
Engelsathletic shoe, trainer, sneaker
Franschaussure de sport, basket, espadrille
DuitsSportschuh, Turnschuh, Sneaker
Spaanszapatilla de deporte, zapato deportivo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek