sportschoen

mannelijk (de)/ˈspɔrtsxun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport, schoeisel (sport), (schoeisel) een schoen die speciaal is gemaakt voor het dragen tijdens sportactiviteiten
    Het enige wat je nodig hebt zijn sportschoenen, een slaapzak, een regenponcho en een kleine rugzak.

Vertalingen

Engelsathletic shoe, trainer, sneaker
Franschaussure de sport, basket, espadrille
DuitsSportschuh, Turnschuh, Sneaker
Spaanszapatilla de deporte, zapato deportivo