spoorboom
mannelijk (de)/ˈsporbom/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spoorwegen) slagboom bij een gelijkvloerse bewaakte spoorwegovergang die het verkeer op de weg tegenhoudtDe bromfietser laveerde tussen de spoorbomen heen en werd door de trein aangereden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek