spoken
/ˈspokə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) rondwaren, dolen als een spookEr werd de hele nacht gespookt en lol getrapt.
- (intr), (onpr) door spoken bezocht wordenHet lijkt wel of het hier spookt!
- (intr), (onpr), (meteorologie) stormen of onweren
Vertalingen
Engelshaunt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek