spokerij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verschijning van spoken en geesten, meestal in de nachtelijke uren
    De rusteloze vrijbuiter voelt zich aangetrokken tot spokerij en occultisme. Met vrienden voert hij discussies over bijvoorbeeld spiritisme, astrologie, kabbala en vrijmetselarij. Wijkstra probeert bijvoorbeeld door zelfhypnose alle vrees en angst in zichzelf te overwinnen. Reformatorisch Dagblad J. Visscher 29-03-2012 [https://www.rd.nl/boeken/lutje-ijje-wijkstra-vermoordde-vier-veldwachters-in-doezum-1.664622 Lutje IJje Wijkstra vermoordde vier veldwachters in Doezum]

Etymologie

* van spoken