spoelen
/ˈspulə(n)/
Betekenis
werkwoord
- blootstellen aan stromend water
- tot een spoel winden
Etymologie
* In de betekenis van ‘afwassen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1270
Vertalingen
Engelsrinse
Fransrincer
Duitsspülen
Spaansenjuagar, enjuagarse
Poolspłukać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek