spoed

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. noodzakelijke haast
    Daar is spoed bij.
  2. techniek (techniek) de afstand tussen twee punten van een schroefdraad die verschillen door één omwenteling
    Deze schroef heeft niet de juiste spoed en past dus niet.
  3. de afdeling in een ziekenhuis waar patiënten die snel hulp nodig hebben behandeld worden
    Hij werd onmiddellijk naar de spoed gebracht.
    Jaarlijks belanden 12.000 Nederlandse kinderen van 0 tot 14 jaar op de spoed na een ongeluk met een speeltoestel.[http://www.goedgevoel.be/gg/nl/365/Buiten-spelen/article/detail/371248/2008/08/06/12-000-kinderen-naar-spoed-na-ongeval-in-speeltuin.dhtml Goed Gevoel, 12.000 kinderen naar spoed na ongeval in speeltuin, 6 augustus 2008]

Etymologie

:: speed

Uitdrukkingen

  • haastige spoed is zelden goed

Vertalingen

Engelsspeed, urgency
Spaanspremura, prisa, prontitud