splitsen
/ˈsplɪtsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (refl) zich ~: in twee of meer delen uiteen gaanEen stuk verderop splitst de weg zich.
- (ov) iets ~: in twee of meer delen opdelenDeze aandelen gaan gesplitst worden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘verdelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1570
Vertalingen
Engelssplit, split
Duitsteilen, spalten, teilen
Spaansbifurcarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek