splijten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) langs een nerf in tweeën brekenWe hebben eerst dit stuk hout gespleten.
- (erga) het proces van het in twee delen breken langs een nerfDit hout splijt gemakkelijk.
Etymologie
*<Middelnederlands: spliten, vgl. : splizen, splīta, < *spleid «splinter, spaan», vgl : sliss
Vertalingen
Engelssplit
Duitsspalten
Spaansdividir, partir, cachar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek