split

onzijdig (het)/splɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar iets gespleten is, plek waar iets in delen gescheiden raakt
  2. kleding (kleding) insnijding die een afhangend deel van een kledingstuk in twee panden of slippen verdeelt
  3. materiaal dat door splijting in kleine stukjes verdeeld is
  4. steenslag zoals dat voor verharding van wegen wordt gebruikt
  5. sport (sport) (estafette) tijd die een afzonderlijke deelnemer heeft gerealiseerd
  6. houding waarbij je je benen helemaal uit elkaar naar opzij spreidt
  7. drinken (drinken) klein flesje sodawater
  8. drinken (drinken) koolzuurhoudend water gemengd met whisky of andere sterke drank

Etymologie

**(m), (f)/(m): van "split", in de betekenis van ‘whisky met sodawater’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897

Vertalingen

Engelscrack, crevice
Spaansgrieta, hendedura, hendidura