split
onzijdig (het)/splɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plaats waar iets gespleten is, plek waar iets in delen gescheiden raakt
- (kleding) insnijding die een afhangend deel van een kledingstuk in twee panden of slippen verdeelt
- materiaal dat door splijting in kleine stukjes verdeeld is
- steenslag zoals dat voor verharding van wegen wordt gebruikt
- (sport) (estafette) tijd die een afzonderlijke deelnemer heeft gerealiseerd
- houding waarbij je je benen helemaal uit elkaar naar opzij spreidt
- (drinken) klein flesje sodawater
- (drinken) koolzuurhoudend water gemengd met whisky of andere sterke drank
Etymologie
**(m), (f)/(m): van "split", in de betekenis van ‘whisky met sodawater’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897
Vertalingen
Engelscrack, crevice
Spaansgrieta, hendedura, hendidura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek