speler

mannelijk (de)/ˈspelər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spel, sport (spel) (sport) een deelnemer aan een spel of sport
    Dit spel wordt gespeeld met twee spelers.
    Ik geloof niet in een God als derde persoon die een groot plan voor ons heeft waarin wij allemaal simpelweg spelers zijn.
  2. een partij
    Microsoft is een belangrijke speler op de softwaremarkt.
  3. iemand die toneel speelt, een toneelspeler
  4. muziek (muziek) iemand die een muziekinstrument bespeelt, muzikant b.v. een hobospeler
  5. apparaat dat kan (af)spelen b.v. een mp3-speler, cassettespeler, cd-speler, dvd-speler, filmspeler of platenspeler

Etymologie

* Afgeleid van spelen

Vertalingen

Engelsplayer, player, actor
Spaansjugador, jugador, actor
Poolsgracz, gracz