speleoloog
mannelijk (de)/spelejo'lox/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een onderzoeker van grotten en holen, kenner van de speleologieIn de duisternis, nauwelijks in staat een rilling te onderdrukken, kruipt Hideki achter Toru aan door wat op een onderaardse gang lijkt. Hij kan niet begrijpen hoe hij hier terecht is gekomen, het enige wat hij wil is met de trein naar huis. Als een verdwaalde speleoloog die zich richt op een sprankje ver daglicht volgt hij het dansende vlammetje van Toru's aansteker. {{Aut|Beijnum, Kees vanSharon glimlacht. 'En jij ziet zo bleek als het achterste van een speleoloog. {{Aut|Mitchell, DavidDe onderzoekers hopen hun nieuwe inzicht te kunnen gebruiken bij het ontwerpen van betere viool- en gitaarsnaren, touwladders en hefkabels voor reddingshelikopters, abseil-touwen voor bergbeklimmers en speleologen, lijnen voor parachutes. En verhuizers zouden het ook leuk vinden als die piano onderweg naar boven niet begint te draaien. de Standaard VRIJDAG 14 JULI 2017
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Engelsspeleologist, spelunker, potholer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek