spelemeien

/ˈspeləˌmɛijə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dichterlijk (dichterlijk) zich in het voorjaar op het land of het water vermaken; de meiboom gaan planten
    Hij schilderde het dagelijksch leven der Prinses, hij bezong Den Haag, hij vertelde van de feesten op den blijden dag, toen watergoden spelemeiden op den Hofvijver en vergat noch de herten in het Bosch, noch de zwanen in het Spui.[http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010226592:mpeg21:pdf Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië; 5 februari 1938]

Etymologie

*, mogelijk naar het voorbeeld van spelevaren