speknek

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stevige dikke nek
    In de mangrove, boven een bassin met een miljoen liter water, opent een medewerker het luik. De kist zakt langzaam het water in. Het gigantische dier blijft stil liggen. Ook als het blauwe doek van zijn ogen wordt getrokken. Als de kist zich meer en meer met water vult, trekt een oppasser langzaam aan het net. De zeekoe komt in beweging. De kop en de dikke speknek komen omhoog en met een plons verdwijnt het dier onder water. De Telegraaf CHRIS VERVERS 30 jun. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/236767/loodzware-klus-in-zoo Loodzware klus in zoo]
  2. dik, ruw, sterk en niet al te intelligent persoon
    In Tsjetsjenië sneuvelde ook de laatste illusie over het jonge Rusland: in dit gedeelte krijgt de documentaire zijn relevantie. De speknekken in uniform, de cynische spionnen, de gangsters, de opportunisten, de plunderaars: zij wonnen. En zij zijn nog steeds aan de macht. Goede mensen overleefden. Als het meezat. NRC Coen van Zwol 11 december 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/12/11/het-verdriet-van-de-kaukasus-twintig-jaar-later-1324949-a523605 Het verdriet van de Kaukasus, twintig jaar later]

Vertalingen

Engelsfat neck