kleerkast

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈklerkɑst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meubel (meubel) een meubelstuk dat dient als bergplaats voor kleren
    Nog voordat ik mijn pakken en overhemden ging uithangen in de kleerkast in de achterkamer, voerde ik het ritueel uit waarmee ik het bureau als mijn territorium markeerde.
  2. een grote zwaar gespierde kerel

Vertalingen

Engelswardrobe
Fransarmoire-penderie, garde-robe
DuitsKleiderschrank
Spaansropero, armario
Italiaansguardaroba
Zweedsgarderob