speen

mannelijk/vrouwelijk (de)/spen/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rubber of plastic afsluiting op een zuigfles, voorzien van een gaatje waardoor het kind de vloeistof kan opzuigen
  2. anatomie (anatomie) tepel van een zoogdier
  3. medisch (medisch) aambei

Etymologie

* In de betekenis van ‘tepel’ voor het eerst aangetroffen in 1236

Vertalingen

Engelsnipple
Franstétine
DuitsBrustwarze, Zitze
Spaanstetilla de biberón, pezón