spanning
vrouwelijk (de)/ˈspɑniŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (werktuigbouwkunde) opgeslagen mechanische energieEr staat grote spanning op deze boog.
- (psychologie), (sociologie) een toestand met veel emoties/irritaties tussen een aantal mensenThe Rat Pack was de laatste weken namelijk erg gegroeid en er staken de nodige spanningen de kop op.
- een toestand van grote aandacht, meestal bij onzekerheid over de afloop van een gebeurtenisTegen het eind van de wedstrijd was de spanning onder het publiek te snijden.Liever gaan we huilen, omdat dat een vertrouwdere manier voor ons is om spanning te ontladen.
- (elektrotechniek) potentiële energie van elektrische aard, elektrische spanningEen over een thermokoppel aangelegd temperatuurverschil genereert een meetbaar spanninkje.
- (natuurkunde) druk die een gas, afhankelijk van de temperatuur, uitoefent (-> druk)
Etymologie
van spannen
Vertalingen
Engelstension, stress, tension
Spaanstensión, tensión, ansiedad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek