sojaboon
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsojaˌbon/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) eiwitrijke boon van de sojaplant,
- (bloemplanten) bepaald soort peulvrucht,
- (landbouw) bepaald gewas, , verbouwd als voedsel voor mensen en dieren
Vertalingen
Engelssoybean
Franssoja, fève de soja
DuitsSojabohne
Spaanshaba de soja, poroto soya
Koreaans콩
Zweedssojaböna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek