sojaboon

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsojaˌbon/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) eiwitrijke boon van de sojaplant,
  2. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort peulvrucht,
  3. landbouw (landbouw) bepaald gewas, , verbouwd als voedsel voor mensen en dieren

Vertalingen

Engelssoybean
Franssoja, fève de soja
DuitsSojabohne
Spaanshaba de soja, poroto soya
Koreaans
Zweedssojaböna