soja

mannelijk (de)/ˈsoja/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort peulvrucht,
  2. landbouw (landbouw) bepaald eiwitrijk gewas, , verbouwd om mensen en dieren te voeden
    Wakker Dier ziet dat voor de megastallen soja en ander veevoer wordt geïmporteerd uit de hele wereld. "Het vlees, de zuivel en de eieren worden grotendeels geëxporteerd. Maar de mest blijft hier en zorgt onder andere voor te veel stikstof in onze omgeving", stelt de organisatie.
  3. voeding (voeding) boon van , gebruikt als grondstof dient voor voedsel
  4. kookkunst (kookkunst) sojasaus

Etymologie

*van "醤油" (shoyu), in de betekenis van ‘pikante saus’ voor het eerst aangetroffen in 1670

Vertalingen

Engelssoy
Franssoja
Spaanssoja, soya