snorren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een snorrend geluid producerenHet toestel snorde zachtjes.
- zich snorrend voortbewegenHij kwam om de hoek gesnord.
- (erga) zich op een snorfiets voortbewegenIk ben maar naar huis gesnord.
- tweede betekenisomschrijving.Zin met het snorren in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
* In de betekenis van ‘een brommend geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek