snorren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) een snorrend geluid produceren
    Het toestel snorde zachtjes.
  2. zich snorrend voortbewegen
    Hij kwam om de hoek gesnord.
  3. erga (erga) zich op een snorfiets voortbewegen
    Ik ben maar naar huis gesnord.
  4. tweede betekenisomschrijving.
    Zin met het snorren in de tweede betekenis erin.
  5. enz.

Etymologie

* In de betekenis van ‘een brommend geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588