snoeiing

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de keer dat men een plant inkort door er een deel af te knippen
  2. de keer dat men iets of iemand verwijdert
    De directie gaf de vakbonden te kennen dat de geplande omzet voor dit jaar 70 procent lager ligt ten opzichte van vorig jaar. Volgens de directie was een snoeiing in het personeelsbestand hierdoor onvermijdelijk geworden, zo luidt het in een mededeling.

Etymologie

* van snoeien

Vertalingen

Engelscutting of trees