snoeien
/ˈsnujə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (van planten) terugbrengen op gewenste lengteHij was de haag aan het snoeien om ervoor te zorgen dat hij niet over de weg zou gaan groeien.
- (informeel) uitermate, heel erg (snoei- als eerste deel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden)
- (ov) onderzoeken op de aanwezigheid van zaken waar je belang in stelt
- (ov) (verouderd) gretig opeten vanwege de smaak
Etymologie
**[3], [4] misschien verwant met "snaaien"
Vertalingen
Engelscut back, prune
Franstailler, couper, élaguer
Duitsstutzen
Spaansrecortar, podar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek