sniffen

/ˈsnɪfə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. huilen op een ingehouden manier
    "Ik ben trots dat ik niet huilde waar ze bij was", aldus de voormalig president. Maar op weg terug naar huis, in de auto met zijn beveiligers, kwamen de tranen. "De Secret Service-agenten keken recht voor zich uit en deden net alsof ze niet hoorden dat ik zat te sniffen en mijn neus snoot. Het was pittig." De jongste dochter Sasha Obama woont nog thuis. Haar ouders zijn in Washington blijven wonen zodat ze daar de middelbare school kan afmaken. Tubantia 28 september 2017 [https://www.tubantia.nl/show/dochter-op-kamers-voelt-voor-obama-als-openhartoperatie~a857f7b2/ Dochter op kamers voelt voor Obama als openhartoperatie]
  2. ophalen van een loopneus
    Niezen, sniffen, snuiten, hoesten. De tijd is er weer voor. En dus is het tijd voor wat grieppreventie. Want hoe voorkom je die nare griep? De Telegraaf 4 januari 2016 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/460680/winter-door-zonder-snotteren Winter door zonder snotteren]
  3. aandachtig ruiken

Etymologie

* van snuiven

Vertalingen

Engelssnivel