snuiven
/ˈsnœyvə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) sterk door de neus inademen (om te ruiken)Hij snoof eens flink en zei: "Ik ruik koffie!".En daarom was hij de eerste die merkte dat het witte paard van Sinterklaas zo raar stond te hijgen en te snuiven.Met haar lange neus snoof ze mijn geur op en kwam nog een aantal stappen naar me toe.
- (ov) iets door snuiven in de neus opzuigenIn de Verenigde Staten wordt veel tabak gesnoven en gepruimd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘hoorbaar door de neus ademen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Vertalingen
Engelssniff
Spaansesnifar
Poolswciągać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek