smisse

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsmɪsə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werkplaats van een smid
    Toen we hem een paar weken terug bezochten, heeft hij nog het liedje ‘Een smidje in zijn smisse’ gezongen.
    Hij kon er niet aan doen, maar de zinderende klinkklank in de smisse, 't hamergeklop bij wagenmaker of schrijnwerker, 't rinkelen van een winkelbel, gelach of geroep aldaar en alginder, 't boeide hem zo dat hij er maar niet moe naar geluisterd wierd.
  2. verouderd (verouderd) vuur waarin wordt gesmeed
    {{ouds|1805

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "smisse" van Oudnederlands "smiththa", cognaat met "Schmiede", "smithy", "smedje", "smedja", "smiðja"