smalheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het klein zijn; het niet breed zijn
    Aan de smalheid van de weg wordt niets gedaan. De N36 is de beruchte weg tussen Almelo en de Witte Paal bij Ommen. In zeven jaar tijd verongelukten daar dertien mensen. Tubantia 27-06-15 [https://www.tubantia.nl/twenterand/de-gevaarlijke-n36-tussen-almelo-en-ommen-wordt-eindelijk-aangepakt~ad0b8345/ De gevaarlijke N36 tussen Almelo en Ommen wordt eindelijk aangepakt]
    Hoewel ik zijn roep om eenduidigheid herken, verbaast mij de smalheid van zijn Bijbelse argumentatie. Zouden vroegere partijbesturen echt niet door hebben gehad dat deze teksten over het spreken in de kerk gingen? Uiteraard wel! Zij waren er echter terecht van overtuigd dat het uitgangspunt áchter deze teksten niet slechts tot de kerk beperkt kon blijven. Reformatorisch Dagblad Ds. M. van Reenen 13-03-2018 [https://www.rd.nl/opinie/eenheid-sgp-mag-niet-ten-koste-gaan-van-bijbelse-orde-1.1473292 Eenheid SGP mag niet ten koste gaan van Bijbelse orde]
    EK toont smalheid nationale zwemtop: Sharon van Rouwendaal hield de Nederlandse ploeg bij de EK een spiegel voor. Haar medailles komen vooral uit krachttraining en oneindig veel kilometers zwemmen. Veel ingewikkelder is het niet. NRC Rob Schoof 25 augustus 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/08/25/ek-toont-smalheid-nationale-zwemtop-1412412-a893570 EK toont smalheid nationale zwemtop]

Etymologie

* afleiding van smal

Vertalingen

Engelsnarrowness, tringency, tightness
Spaansangostura, estrechez