sluimering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het in een lichte slaap verkeren
    Joeri Andrejevitsj begon meteen weer in te dommelen, en door zijn sluimering heen meende hij geren en tumult te horen.
  2. toestand waarin men niet goed oplet
    Hij ging werken in de droomwereld van film en reclame, totdat de politieke ontwikkelingen in Italië, waar media-tycoon Berlusconi in 1994 voor het eerst aan de macht kwam, hem met een schok uit zijn sluimering wekten.

Etymologie

* van sluimeren

Vertalingen

Engelsslumbering, slumber