sluimering
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het in een lichte slaap verkerenJoeri Andrejevitsj begon meteen weer in te dommelen, en door zijn sluimering heen meende hij geren en tumult te horen.
- toestand waarin men niet goed opletHij ging werken in de droomwereld van film en reclame, totdat de politieke ontwikkelingen in Italië, waar media-tycoon Berlusconi in 1994 voor het eerst aan de macht kwam, hem met een schok uit zijn sluimering wekten.
Etymologie
* van sluimeren
Vertalingen
Engelsslumbering, slumber
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek