sloper
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die iets afbreektZe haalt met instemming het onderzoek van gedragsbioloog Melvin Konner aan. „Alles waarvan Simone de Beauvoir nog dacht dat het in het nadeel van vrouwen uitpakte, keert hij om tot een voordeel, dat trof me. In alle culturen en overal op de wereld zijn vrouwen praktisch en zorgzaam, coöperatief en competitief. Ze kunnen hun ego opzij zetten en mensen aansturen zonder ze in de verdediging te jagen. Ze zijn eerder bouwers dan slopers. Oorlog, verkrachting, marteling, armoede, uitputting van openbare fondsen - het zou zomaar allemaal het resultaat kunnen zijn van mannelijke emoties die vrij baan hebben, niet genoeg worden beteugeld.” NRC Jannetje Koelewijn 23 februari 2017
- iemand die lood van gebouwen steelt
- een motorfiets waarvan de cilinder sterk naar voren helt
Etymologie
* van slopen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek