slop
onzijdig (het)/slɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- steegje voor voetgangers tussen woningen doorEr is maar een nauw slopje tussen ons huis en dat van de buren.
Etymologie
*Afgeleid van de werkwoordstam van sluipen., Pieter (1810). Nederduitsch taalkundig woordenboek: S, deel 8, p. 482. Uitg.: Allart.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek