slagcirkel

mannelijk (de)/ˈslɑxsɪrkəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) (hockey) halve cirkel op 14,63 m van het doel, waar een aanvaller de bal moet raken om een doelpunt te kunnen maken
    Rond de Nederlandse slagcirkel ontstond een soort veldslag, waarbij Bovelander, Klaassen, maar ook Crucq en Kooijman zich soms met hun hele lichaam voor de bal wierpen als de razend geworden Duitse aanvallers voor een harde slag aanlegden.
  2. sport (sport) (honkbal, softbal) gemarkeerd rond gebied op het veld met 1,52 m doorsnee waar de opvolger van de huidige slagman zich kan voorbereiden op zijn slagbeurtEen veld heeft in principe twee slagcirkels: een voor elke ploeg.
    De slagcirkel is de plaats, het dichtst bij zijn spelersbank,waar de opvolgende slagman zich kan opwarmen en mag inzwaaien, terwijl hij wacht tot het zijn beurt is plaats te nemen in het slagperk.

Vertalingen

Engelson-deck circle
Franscercle d'attente