sidderroggen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kraakbeenvissen) een familie van de roggen () met grote borstvinnen. Van sidderroggen is bekend dat ze elektrische ontladingen (stroomschokken) kunnen afgeven met een spanning van 8 tot wel 220 volt. Deze stroomschokken gebruikt het dier zowel ter verdediging als bij de jacht, waarbij de prooi wordt verdoofd en daarna verslonden
Etymologie
* "sidderrog" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek