sidderrog
mannelijk (de)/ˈsɪdərɔx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kraakbeenvissen) naam voor soorten platvis uit de familie die hun prooi kunnen verdoven met een elektrische stroomstoot
Etymologie
*, naar de beving die de stroomstoot in de prooi veroorzaakt
Vertalingen
Engelselectric ray
Franstorpille
DuitsZitterrochen
Spaanstorpedo, tembladera, tremielga
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek