sepia

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsepiˌja/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koppotigen (koppotigen) benaming voor inkvissen uit het geslacht uit de familie
    Het leven van een sepia is maar kort: een jaar of twee.
  2. kalkachtige rugplaat van inktvis
  3. diepbruine kleurstof uit de inktzak van inktvissen uit het gelijknamige geslacht
  4. kleur (kleur) diepbruine kleur zoals de inkt van inktvissen uit het gelijknamige geslacht
  5. fotografie (fotografie) foto behandeld met sulfide of selenide die daardoor een permanentere bruinige kleur gekregen heeft
    Er zijn nog een aantal sepia's van mijn overgrootouders.

Etymologie

**[2] in de betekenis van ‘kalkachtige rugplaat van inktvis’ aangetroffen vanaf 1861