sekswinkel

mannelijk (de)/ˈsɛkswɪŋkəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. winkel waar porno en andere seksartikelen worden verkocht
    Vroeger waren er alleen in Amsterdam sekswinkels, maar tegenwoordig in iedere stad.
    Het ‘plein’ tussen West 42nd en West 47th Street was tot de jaren negentig een onfrisse no-go-zone met sekswinkels, pornobioscopen en drugsdealers, waar het veiliger was om op de weg te lopen dan op het trottoir.
    De Voedsel en Warenautoriteit trof in 2013 een werkzame hoeveelheid gestampte Viagra aan in ongeveer een kwart van de kruidenpreparaten die in Nederland in sekswinkeltjes en via internet te koop zijn.