seksboetiek

vrouwelijk (de)/ˈsɛksbuˌtik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijf, seksualiteit (bedrijf) (seksualiteit) winkel waar porno en artikelen voor erotische spelletjes worden verkocht
    Iedere keer als ik langs seksboetiek Nolly moet met een zak vol boodschappen, mijn oma of wat piepjonge nichtjes, staar ik in een etalage vol kolossale plastic piemels, opengesperde vagina's en van die tuigjes waarin nog wel eens een Engelse politicus dood wordt aangetroffen.
    In de aanloopstraten tussen de haven en het winkelhart, zoals de kop van de Walstraat en de Nieuwe Dijk, staan veel winkels leeg, of er zijn gokhallen en seksboetieks gevestigd.
    Bij mij daarentegen drijft direct de onthutsende proleterigheid van het eerste panorama van de hoofdstad, als je het Centraal Station uit komt, boven: een wanstaltige keten hamburgertenten, seksboetieken en toeristenwinkels.