scoliose

vrouwelijk (de)/ˌskoliˈjozə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zijdelingse verkromming van de rug (wervelkolom), waardoor één of twee bochten ontstaan
    Iselle van Ruijven, directeur bij Stichting Zeldzame Ziekten Fonds: „Daphne is 18 jaar en lijdt aan diverse zeldzame aandoeningen. Zij ligt 's nachts aan het zuurstof en heeft sondevoeding, lijdt aan scoliose, heeft een pacemaker en een ICD, een inwendige defibrillator. Tubantia Jelle Boesveld 05-01-18 [https://www.tubantia.nl/rijssen-holten/zieke-daphne-18-uit-rijssen-mag-br-scheuren-op-zandvoort~ab63dcb6/ Zieke Daphne (18) uit Rijssen mag scheuren op Zandvoort]
    Ouders, huisartsen en gymdocenten moeten alerter zijn op het herkennen van scoliose, een vergroeiing van je rug. Hierdoor kan de aandoening sneller worden ontdekt en een ingrijpende operatie worden voorkomen. Dat zegt de Vereniging van Scoliosepatiënten. Tubantia Sanne Schelfaut 10-09-18 [https://www.tubantia.nl/binnenland/toename-scoliosepatienten-wees-alerter-op-een-kromme-rug-bij-jongeren~adb6c0e5/ Toename scoliosepatiënten: 'Wees alerter op een kromme rug bij jongeren']

Etymologie

* uit het Grieks

Vertalingen

Engelsscoliosis
Fransscoliose