schuursel
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het fijne stof dat vrijkomt bij schurenLouis had een toets uit het manuaal gelicht en schuurde die voorzichtig. ‘Goed zo?’ vroeg hij. Hij aaide het schuursel van de toets en toonde hem aan zijn vader. DBNL (1988)–Paul Meeuws: [https://www.dbnl.org/tekst/meeu004badh01_01/meeu004badh01_01_0001.php Badhuis in de sneeuw] geraadpleegd 23-11-2018
Etymologie
* van schuren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek