schub

mannelijk/vrouwelijk (de)/sxʏp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) een van meerdere overlappende plaatjes van keratine die aan een kant vastzitten en zo een oppervlak bedekken
    In de biologische nomenclatuur is een schub een kleine stijve plaat die uit een dierlijke huid steekt om bescherming te bieden.
zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een aanval van een ziekte b.v. van MS

Etymologie

* In de betekenis van ‘plaatje op bv. vissenhuid’ voor het eerst aangetroffen in 1480

Vertalingen

Engelsscale
Fransécaille
DuitsSchuppe
Spaansescama
Italiaansscaglia, squama
Portugeesescama
Russischчешуйка
Japans
Koreaans비늘
Poolsłuska
Zweedsfjäll