schutter
mannelijk (de)/ˈsxʏtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die een schiettuig bedientEr klonk een schot, maar waar de schutter zich bevond was niet duidelijk.
- (sport) iemand die de bal tracht in het doel te doen belanden, veelal van enige afstandHij stond bekend als een uitstekend schutter.
Etymologie
*afgeleid met nultrap en umlaut bij de wortel van het werkwoord schieten , oorspronkelijk afkomstig van schuttre (iemand die met pijl en boog schiet), in de betekenis van ‘persoon die schiet’ aangetroffen vanaf 1240
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek