schut

onzijdig (het)/sxɵt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een houten afsluiting tegen water of wind
    Mag ik daar een schut plaatsen?
  2. een passage door een (schut)sluis
    En na een schut waren we op het IJsselmeer.
  3. voor ~ zetten belachelijk maken
    Hij voelde zich een beetje voor schut gezet.

Vertalingen

Engelsscreen, wall
Spaanstabique