schuifelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zich door de voeten kleine afstanden over de vloer te schuiven ergens heen voortbewegen
    Hij was in het pikkedonker naar de andere kant van de grot geschuifeld.
  2. inerg (inerg) zich door de voeten kleine afstanden over de vloer te schuiven voortbewegen
    Er werd wat geschuifeld, maar verder bleven de kinderen waar zij waren.

Etymologie

*(freqtt) schuiven