schuif

mannelijk/vrouwelijk (de)/sxœyf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. manier om een deur te vergrendelen met een plat voorwerp
    Om de deur te openen moet je eerst de schuif eraf halen.
  2. uitschuifbare bak in een meubelstuk, lade
    De kleren lagen in de bovenste schuif.

Vertalingen

Engelsbolt
Spaanscerrojo