schroothandelaar

mannelijk (de)/ˈsxrothɑndəˌlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die afgedankte metalen voorwerpen koopt en ze sorteert en bewerkt om ze aan smelterijen te verkopen
    Door het tekort aan paarden waren particulieren soms genoodzaakt om originele oplossingen te zoeken. In het Engelse Sheffield woonde een schroothandelaar die nu geen trekkrachten meer had om zijn karren vol oud metaal te vervoeren.