schroot

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (m) dunne plint gezaagd hout
  2. (n) metaalafval in stukjes en snippers
  3. snippers van enige stof
    Voor het maken van de gehaktballen gebruikten de vegetariërs sojaschroot

Etymologie

* In de betekenis van ‘reep gezaagd hout’ voor het eerst aangetroffen in 1827

Vertalingen

Spaanschatarra, metralla