schroot
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m) dunne plint gezaagd hout
- (n) metaalafval in stukjes en snippers
- snippers van enige stofVoor het maken van de gehaktballen gebruikten de vegetariërs sojaschroot
Etymologie
* In de betekenis van ‘reep gezaagd hout’ voor het eerst aangetroffen in 1827
Vertalingen
Spaanschatarra, metralla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek